• webslider 01.jpg
  • webslider 02.jpg
  • webslider 03.jpg
  • webslider 04.jpg
  • webslider 05.jpg
  • webslider 06.jpg
  • webslider 07.jpg
  • webslider 08.jpg
  • webslider 09.jpg
  • webslider 10.jpg

woensdag 19 juni 2019, Ponferrada – las Médulas
via Toral de Merayo - Villavieja
32 km – totaal 623 km

Tot aan vertrek stond ik in dubio of ik de Camino de Invierno zou gaan lopen. Weer behoorlijk alleen of met een groter aantal andere zielsverwanten.
Wellicht is het de laatste keer en ik ben toch in de buurt. Francés heb ik al een paar keer gezien. Dus toch maar de Invierno gekozen en dus terug naar de Puente Romano aan het begin van Ponferrada.
De tocht begon schitterend. Fris, kruidig, niet te sterk glooiend omhoog. Zo te zien een welvarende streek. Na 2 uur in Toral de Merayo. De plaatselijke bar (Mariluz) was wel open, maar nog niet in bedrijf. Het was nog vóór negenen. Even wachten dus maar.
De bardame was druk aan het werk met schoonmaak en opruim werkzaamheden. Maria kwam uit Andalucía en op mijn vraag waarom ze dan hier in de koude, natte bergen woonde, moest ze lachen. Hier was destijds meer werk, was ze met een man getrouwd, die inmiddels weer was vertrokken, en bestierde nu met haar zoon het café restaurant. Na de eerste nog maar een extra kop koffie besteld.
Vervolgens weer verder richting Santalla del Bierzo. Ik had het plan daar te stoppen (leek een mooie afstand) om te zien of er wat te eten was. Net vóór Santalla, bij de mirador (mooi uitzicht), kwam ik Daniël tegen. Een Duitser, die ook al een tijdje onderweg was. Hij was vanaf Granada naar Salamanca gelopen (Mozarabe). Vervolgens richting León en Ponferrada.
In het dorpje zou een bar zijn. Was er ook wel, maar gesloten. Dus geen eten of drinken. Bij een schooltje op het plein waar ik even was gaan zitten, gevraagd of ze wat water voor me hadden. Dat hadden ze en op zich zat je er niet verkeerd, maar er gebeurde niet zo erg veel.



Vervolgens op weg naar Villavieja. Een oud dorpje hoog in de bergen, waar vroeger wel wat mijnbouw was en goud werd gedolven. Een zeer fraaie tocht, maar erg steil en zwaar. Bij de tocht omhoog zie je boven op de berg, aan de andere zijde van het dal, het Castillo de Cornatel liggen. Je kijkt er eigenlijk steeds tegen aan bij de tocht omhoog.
Boven in het dorp niets en niemand; dus maar even pauze. Om de weg te vervolgen, ga je eerst nog een stukje omhoog en dan pas omlaag. Op zeker moment kom je bij/ onder het Castillo de Cornatel. Voor je zie je een uitgestrekte vallei met het begin van een pad en een asfalt (auto)weggetje dat een grote omweg om het veld maakte. Als loper kies je dan dus voor het pad. Na enige tijd liep dat dood/ vast in het veld met stekels, distels, hoge begroeiing van allerlei soorten grassen. Doordat het einde van het veld niet zo ver weg leek te zijn, loop je door. Het werd echter steeds moeilijker en bloederig vanwege de doornen. Ik denk dat ik ¾ - 1 uur heb gedaan over een stukje veld van 100 meter, dat best steil omlaag afliep. Mijn benen hadden behoorlijk geleden en waren nogal bebloed en geschramd.
Beneden kwam ik een andere wandelaar tegen. Hij had kennelijk een andere weg gevonden. Type dagwandelaar, klein rugzakje. In de weer met kaarten, want hij had geen bereik op zijn mobiel. Hij zag er nog redelijk fit uit. Even een praatje waar naar toe en dan weer verder. Ik had ongeveer nog een kwartiertje/ 2 km te gaan naar Borrenes volgens Google maps. Er was een barretje en er dus maar gedronken en wat gegeten.
Na een tijdje kwam ook de wandelaar aan die ik eerder had gezien. Paul, een Ier, die op zoek was naar een slaapplaats, want die was gereserveerd in dit dorp, maar hij kon niets vinden. Zijn maat (Michael) had gereserveerd, maar hij wist de naam van het hotel niet en kon Michael niet bereiken.
Na een tijdje kwam er een andere man aan. Michael. Het bleek dat het hotel (casa rural) vlak tegenover de bar was gelegen. Michael was een Canadees. Zij hadden elkaar een paar jaar geleden op de Camino Francés ontmoet en sindsdien lopen ze elk jaar een stuk camino in Spanje.
Inmiddels was de tijd al aardig gevorderd, had ik vandaag al een km of 28 gelopen en had eigenlijk geen zin meer om veel verder te lopen. Het hotel hier vond ik te prijzig en ik had al laten weten dat ik in las Médulas (alojamiento Soccorro) zou slapen. Heb een taxi besteld en me de laatste 4 km laten brengen.
Las Médulas is een wandelaars dorp met een paar voorzieningen (bars/ restaurants), die overigens momenteel maar beperkt geopend waren. Verder ook niet zo erg veel te beleven. In de avond kon ik niet meer warm eten (dus nog maar een broodje ham), maar ontbijt kan wel in het pension.
Het was wel een mooie dag, maar toch wel behoorlijk zwaar en vermoeiend.